De Tweede Kamerverkiezingen van 2002 zorgden voor een politieke aardverschuiving in Nederland. Vooral de PvdA werd hard getroffen: met nog slechts 23 zetels werd de fractie nagenoeg gehalveerd. Onder de titel ‘Na de dreun’ bezon de sociaal-democratie zich op haar toekomst.
In de zomer van 2001 droeg
Wim Kok het partijleiderschap van de PvdA over aan
Ad Melkert. Na jaren van economische groei leek niets een voortzetting van de succesvolle paarse kabinetten Kok I en Kok II in de weg te staan. De verkiezingen van mei 2002 verliepen voor de PvdA echter dramatisch. De partij verloor in één klap 22 van haar 45 zetels in de Tweede Kamer, het grootste verlies uit haar geschiedenis.
De felle verkiezingsstrijd van 2002 werd gedomineerd door
Pim Fortuyn. De flamboyante publicist won eerder dat jaar als lijsttrekker van ‘Leefbaar Rotterdam’ veel stemmen met zijn kritiek op de ‘puinhopen van acht jaar Paars’. Volgens Fortuyn hadden politici te lang geen aandacht besteed aan kwesties als integratie en veiligheid. Met zijn ‘Lijst Pim Fortuyn’ (LPF) voerde Fortuyn een felle campagne tegen de gevestigde partijen, die volgens hem de culturele, politieke en sociale verloedering van Nederland hadden veroorzaakt. Hij heeft zijn kritiek echter nooit in het parlement kunnen verwoorden: kort voor de verkiezingen in 2002 werd Fortuyn vermoord. Toch behaalde zijn LPF 26 zetels, onder andere ten koste van de PvdA.
Het grote verlies dwong de sociaal-democraten om kritisch naar zichzelf te kijken. De gesloten bestuurderspartij had het contact met de achterban verloren, zo luidden de analyses. Partijvernieuwing en een andere opstelling ten opzichte van de kiezer waren nodig. Ad Melkert legde zijn functie als partijleider neer en werd opgevolgd door
Wouter Bos, de jongste voorman in de geschiedenis van de PvdA. Bos oogde jong, verfrissend en had charisma. Zijn missie om de verloren kiezers terug te winnen leek al snel succesvol. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 won de PvdA fors. In datzelfde jaar werd de opgaande lijn echter onderbroken. Na een spannende verkiezingsstrijd tussen Bos en
Balkenende (CDA) verloor de PvdA bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Wel mocht Bos als vice-premier plaatsnemen in een kabinet met CDA en ChristenUnie.
In de analyses van ‘2002’ speelde niet alleen de uitstraling van de PvdA een rol. Bos had er zelf op gewezen dat kiezers vooral op het inhoudelijke vlak teruggewonnen moesten worden. In 2005 kwam er een
nieuw beginselprogramma waarin het recht op een fatsoenlijk bestaan centraal kwam te staan. Het verwijt dat de Paarse kabinetten te lang aan het ideaal van de multiculturele samenleving hadden vastgehouden, werd geleidelijk serieus genomen. Landelijk, maar ook in de grote steden, traden ook sociaal-democraten steeds actiever op om problemen rondom integratie en veiligheid op te lossen.
Daarnaast probeerde de PvdA haar herkenbaarheid als progressieve partij te versterken. De ‘dreun’ van 2002 leidde tot een groeiende versplintering van het politieke midden. Alle traditionele middenpartijen kampen met de grote uitdagingen die globalisering, individualisering en migratie veroorzaken. Daarbij is het rechtspopulisme een geduchte concurrent geworden, net als elders in Europa. In dit klimaat treedt de PvdA naar buiten als een partij die de oude idealen van gelijke kansen, zelfverheffing en opwaartse mobiliteit opnieuw een gezicht wil geven. De politieke boodschap richt zich sterk op het binden van verschillende groepen in de samenleving: hoog- en laagopgeleid, allochtoon en autochtoon, arm en rijk. De toekomst moet uitwijzen of de PvdA in deze bindingsopdracht slaagt.
Auteurs: Karin van Leeuwen, Marijn Molema en Ilse Raaijmakers
Verder lezen:
Socialisme & Democratie-themareeks ‘Na de dreun’, 2002.