De Wereldoorlog was op 11 november ’s ochtends geëindigd met een wapenstilstand, maar in Nederland liep de spanning met het uur verder op. ’s Avonds dreigde SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in Rotterdam met revolutie en de volgende dag herhaalde hij zijn dreigement in de Tweede Kamer. Het was een pijnlijke vergissing van de partijleider, maar ingrijpende sociale hervormingen kwamen er wel.
Nederland was weliswaar buiten de Grote Oorlog (1914-1918) gebleven, maar leed wel onder de gevolgen. Meer dan vierhonderdduizend mannen waren al die tijd gemobiliseerd geweest. Levensmiddelen, kleding en kolen waren schaars en bij hongeroproeren waren doden gevallen. Al begin 1918 had Troelstra, mede-oprichter van de SDAP en al twintig jaar fractievoorzitter, gewaarschuwd dat de oorlog, die voor hem het failliet van het kapitalisme bezegelde, zou kunnen eindigen in een revolutie. In 1917 was de Russische tsaar al afgezet, nu heerste ook in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije een revolutionaire stemming.
Eind oktober brak muiterij uit in legerkamp de Harskamp. Al werden de onlusten snel bedwongen, in de Tweede Kamer waarschuwde Troelstra de regering dat ‘de tijd van het burgerlijk regeringsstelsel voorbij was’. Het aftreden van opperbevelhebber C.J. Snijders leek de regering even soulaas te geven. Maar toen de Duitse sociaal-democraten in Berlijn de macht overnamen van de naar Nederland gevluchte keizer Wilhelm II, leek ook hier een wisseling van de wacht denkbaar.
Burgemeester A.R. Zimmerman van Rotterdam en havenbaron H.P. Nijgh lieten de SDAP-leiding weten dat zij zo nodig wilden meewerken aan een ordelijke machtsoverdracht. Zelfs de liberale Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Telegraaf toonden begrip voor de eisen van de sociaal-democraten. Veel van de bereidheid en het begrip werd echter ingegeven door de angst dat anders communisten de revolutie zouden ontketenen.
Terwijl de meerderheid van het SDAP- en NVV-bestuur afkoersten op concessies via overleg, was Troelstra zo onder de indruk van de internationale gebeurtenissen dat hij op 11 november tijdens een
meeting in Rotterdam met revolutie dreigde. Daarbij speelde de angst mee dat de SDAP anders voorbijgestreefd zou worden door de revolutionair-socialisten van David Wijnkoop. Als er dan toch revolutie in de lucht zat, moest de SDAP de leiding nemen.
Ook toen Troelstra zijn dreigement de volgende dag in de Tweede Kamer herhaalde, was volstrekt onduidelijk wat hij zich voorstelde. Geweld wees hij af. Maar wat dan? In de zomer waren de eerste Kamerverkiezingen gehouden volgens het ook door de SDAP bepleite algemeen (mannen)kiesrecht. Moest de regering desondanks aftreden?
Toen premier
Ruijs de Beerenbrouck duidelijk maakte dat de regering wel bereid was tot hervormingen maar dat zij revolutionaire acties met geweld zou neerslaan, bond Troelstra in. Hij besefte dat hij zijn hand had overspeeld. De burgerlijke fracties in de Kamer hoonden zijn ondemocratisch optreden en zijn eigen partijbestuur en fractie vielen hem af. Op het partijcongres in het weekend daarna moest de partijleider erkennen dat hij zich in de omstandigheden had vergist. Hij had zich te veel laten leiden door zijn gemoed, te weinig door zijn verstand.
Na november 1918 kwamen sociale hervormingen, zoals de achturendag en de invaliditeitswet, tot stand die anders misschien langer op zich hadden laten wachten. Dat was mede te danken aan de revolutiedreiging. Maar Troelstra’s reputatie in de Kamer zou nooit meer zijn als voorheen. Zijn achterban mocht hem dan als held vereren, de kans dat de socialisten tot een kabinet zouden toetreden was voorlopig verkeken.
Auteur: Piet Hagen
Verder lezen:
Piet Hagen, Politicus uit hartstocht. Biografie van Pieter Jelles Troelstra (Amsterdam 2010).
Hendrik Jan Scheffer, November 1918. Journaal van een revolutie die niet doorging, (Utrecht 1984 [1968]).