Na de bevrijding kon de SDAP het publieke politieke leven weer oppakken. Het was echter niet de bedoeling van de partijleiding om op de oude voet verder te gaan. Door de ervaring met oorlog en bezetting was de tijd rijp voor een nieuwe politiek ‘over de geloofsgrenzen heen’. Bij deze nieuwe ‘doorbraak’-politiek hoorde ook een geheel nieuwe volkspartij.
‘Een waarlijk nieuw begin in ons politieke leven’, zo noemde
Willem Banning de oprichting van de Partij van de Arbeid op 9 februari 1946.
In de PvdA sloten de SDAP, de Vrijzinnig Democratische Bond, de Christelijk Democratische Unie en een aantal uit andere partijen afkomstige katholieken en protestants-christelijken zich aaneen. Deze brede vertegenwoordiging kwam ook in de naam van de nieuwe partij tot uitdrukking. Er was bewust gekozen voor ‘arbeid’ in plaats van ‘arbeiders’, in de hoop dat een brede middenklasse zich thuis zou voelen in deze nieuwe progressieve volkspartij.
De PvdA was opgericht als een doorbraakpartij. De doorbraakpolitici vonden dat het Nederlandse politieke bestel ingrijpend moest veranderen. De politieke scheidslijnen en verzuilde structuren van vóór 1940 waren achterhaald. Er moest een doorbraak komen zodat mensen niet meer voor een partij zouden kiezen op basis van hun sociale klasse of religieuze voorkeur, maar op basis van gemeenschapszin en saamhorigheid van de Nederlandse bevolking. Het belangrijkste doel van de vernieuwers was om de tegenstelling tussen gelovigen en niet-gelovigen op te heffen. In plaats daarvan moest in het politieke landschap een deling tussen progressieve en behoudende krachten komen. Deze deling is sindsdien van belang gebleven in de Nederlandse politiek.
Niet alleen de ervaring van
oorlog en bezetting was van belang voor de doorbraak-gedachte. Ook de trauma’s van de economische crisis van de jaren dertig en de opkomst van het nationaal-socialisme speelden een grote rol in de vernieuwingsplannen. Daarnaast hadden de sociaal-democraten ook strategische redenen om zich bij de PvdA aan te sluiten. Tot 1939 was de SDAP twee decennia lang door andere partijen van regeringsdeelname uitgesloten. De sociaal-democraten hoopten dit isolement nu definitief te doorbreken.
Het opgaan van de SDAP in de PvdA ging niet zonder slag of stoot. Een belangrijk breekpunt waren de symbolen. De voormalige SDAP wilde haar eigen symbolen, zoals de rode vlag en het zingen van de Internationale, niet prijsgeven voor nieuwe symbolen die bij de doorbraak zouden passen. Maar juist deze socialistische symbolen stootten andere groepen voor het hoofd. Uiteindelijk werd voor een pragmatische oplossing gekozen: de symbolen werden noch verboden noch opgelegd. De rode vlag werd voortaan teken van internationale verbondenheid, de PvdA zou een nieuwe vlag krijgen. Het betekende wel dat het doorbraaksocialisme ten dele een afscheid was van de socialistische traditie zoals die binnen de SDAP had bestaan.
Een paar maanden na de oprichting van de PvdA vonden de eerste verkiezingen plaats. De verwachtingen waren hooggespannen: de PvdA zou de grootste partij moeten worden. Het resultaat was met 22 van de 100 zetels teleurstellend. De Katholieke Volkspartij (KVP) was de grootste partij geworden. Veel stemmen waren verloren aan de communisten. De doorbraak was bij de politieke elite geslaagd, maar niet bij de kiezers. Het vooroorlogse verzuilde stelsel keerde al snel terug in de Nederlandse maatschappij. Ook binnen de PvdA bleek de doorbraakgedachte moeilijk te handhaven. Veel vrijzinnig democraten vonden de PvdA te links en richtten in 1948 hun eigen partij op: de VVD. Maar in strategisch opzicht werd de oprichting van de PvdA een succes: in hetzelfde jaar 1948 werd Willem Drees, leider van de PvdA, minister-president. Hij zou tot 1958 het land besturen; de sociaal-democraten hadden de weg naar regeringsverantwoordelijkheid gevonden.
Auteur: Ilse Raaijmakers
Verder lezen:
Maarten Brinkman, Willem Drees, de SDAP en de PvdA (Amsterdam 1998).
Hans Daalder, Willem Drees 1886-1988. Gedreven en behoedzaam: De jaren 1940-1948 (Amsterdam 2003).
Herman Noordegraaf, ‘Doorbraak toen en nu – zestig jaar Partij van de Arbeid’, Socialisme & Democratie 63, afl. 1-2 (2006) 9-15.
Wim Thomassen, ‘Februari 1946 – een nieuw begin – een doorbraak’, Bulletin Nederlandse arbeidersbeweging 11 (1986) 4-36.